Historie

Voorgeschiedenis
De Kerkhovense molen is in Oisterwijk de laatst overgebleven molen. De geschiedenis ervan begint in de 14de eeuw en de bedrijfsfunctie eindigt vlak na de Tweede Wereldoorlog. Daarmee wordt een werkzame periode overspannen van maar liefst zes eeuwen. Naar de maatstaven van de moderne tijd gerekend is dat onvoorstelbaar lang. Ook is er in al die eeuwen in de techniek van het maalproces niets veranderd: langzaam draaiende, tonnenwegende molenstenen zijn tot het laatst het hart blijven vormen van het bedrijf. De aandrijving is in de afgelopen eeuw wel veranderd: naast de wind kwam ook de (stoom)machine op als aandrijfmiddel.

De geschiedenis van deze laatste Oisterwijkse molen in het geheel niet uitzonderlijk. Zijn lotgevallen kunnen als exemplarisch gelden voor de opkomst en ondergang van het ambachtelijke molenaars bedrijf op de zandgronden van Zuid-Nederland. Daarnaast kent de geschiedenis van de Kerkhovense molen natuurlijk ook bijzonderheden die specifiek zijn voor dit bouwwerk.

De huidige molen
Na herbouw beschikte de molen over vier koppels stenen, waarvan twee koppels gebruikt werden voor het malen van schors voor de leerlooierijen en twee koppels voor het malen van graan, alsmede over een stoommachine in een apart bijgebouwd ketelhuis.

In de jaren 20 werd door de crisis en nieuwe maalderijen ook deze molen getroffen. De molen raakte in verval. In 1926 vindt herstel plaats en krijgt de molen zijn huidige naam.

De huidige molen stamt uit 1895. Bij een brand werd de oude houten standerdmolen in 1895 verwoest. Daarvoor in de plaats kwam nu een stenen stellingmolen, welke echter in 1910 opnieuw door een ernstige brand getroffen werd. Daarbij gingen balklagen, zolders en het gaande werk voor een groot deel verloren. Bij het daarop volgende herstel werd gebruik gemaakt van onderdelen van de poldermolen “het buitenland van Rhoon” uit Rhoon. Van die molen weten we, dat hij gebouwd werd in 1709, zodat de oudste onderdelen van de Kerkhovense molen waarschijnlijk ook nog uit die tijd dateren.

Na de tweede wereldoorlog komt de molen tot stilstand. De gemeente Oisterwijk koopt in 1953 de molen van de familie Van Riel, welke deze vanaf 1895 geëxploiteerd had. Maar de molen wijzigde van functie en werd jeugdherberg. De maalfunctie ging verloren. Het interieur kwam deels terecht in café ” ’t Molentje” van de familie Van Riel in de Kerkstraat.

Tussen 1976 en 1979 werd de molen weer gecompleteerd en gerestaureerd. In 1979 is de molen weer gaan draaien door inzet van twee leden van het Gilde van Vrijwillige Molenaars, die overigens nog steeds tot de actieve molenaars behoren.

Dat duurde tot 1992. Toen verslechterde de bouwkundige toestand zodanig, dat de molen stilgezet moest worden. In dat jaar werd het eigendom overgedragen aan de huidige stichting “De Kerkhovense Molen”en kon het inzamelen van restauratiegelden (destijds 750.000 gulden) beginnen. In 1998/1999 kon de restauratie starten. Vochtproblemen waren de belangrijkste oorzaak van de slechte toestand. Helaas bleek dat na de restauratie nog niet geheel over te zijn. Na verschillende experimenten (o.a. met bijenwas) werd in 2005 uiteindelijk besloten om het westelijke deel van de gevel (boven de stelling) van een coating te voorzien. Dat bleek te helpen. De molen is sedertdien droog.

Andere molens in Oisterwijk
Oisterwijk kende in het verleden verschillende molens. Er zijn twee rosmolens geweest. De ene stond zuidwestelijk van de Kerkhovense molen, aan de overzijde van de vroegere Udenhoutseweg, en er werd in 1579 al naar verwezen. De andere rosmolen stond bij de Weijenbergh, oorspronkelijk een middeleeuwse omwaterde hoeve. Die molen werd in 1694 reeds genoemd. Er was ook een watermolen ‘Ter Borgh’. Die stond in 1429 reeds aan de Voorste Stroom, daar waar nu Burghtweide staat. De ruïne van de molen is in 1924 gesloopt. Ook Heukelom kende een watermolen (1419); die stond in de buurt van het huidige café Mie Pieters en is in het midden van de 19e eeuw verdwenen. Tenslotte werd in 1375 reeds melding gemaakt van de standerdmolen ‘ter Nedervonder’ ofwel ‘ter Vonderen’. Die stond ongeveer 150 meter ten noorden van de huidige spoorlijn, oostelijk van de Haarenseweg en in het verlengde van de George Perklaan. De naam van deze in 1873 gesloopte molen kwam van een vonder of brugje over de zich ter plekke bevindende Kuypersloop.

In de huidige gemeente Oisterwijk staat in Moergestel nog een molen, welke eigendom is van de gemeente. Het is een originele standerdmolen van omstreeks 1600, die echter momenteel door technischegebreken tijdelijk buiten gebruik is. Er zijn herstelplannen, maar ook wordt gesproken over verplaasing van de molen ten gunste van woningbouw.

bronnen:
Deze gegevens zijn ontleend aan het boekje “Kerkhovense molen Oisterwijk” van Jan Scheirs en Wim de Bakker, dat ter gelegenheid van de heropening in 1999 verschenen is.Het boekje is te koop in de molenwinkel.